Souvenir - Ouderwetse spaarvarkens

Ga naar de inhoud

Souvenir

Collectie 1 > Bijzondere spaarvarkens
banner Souvenir
Souvenirs
Het souvenir bestaat bij de gratie van reizen. Voor reizen heb je vrije tijd nodig. Eeuwenlang betekende vakantie voor kinderen geen leuke reis maar vrij van school om te werken. De meeste mensen, in de stad en op het platteland, werkten zes dagen per week en gingen op zondag naar de kerk. Hun stad of dorp kwamen ze niet uit, behalve als het moest. Ze hadden geen tijd en daarnaast helemaal geen geld om op vakantie te gaan. De elite ging wel voor de lol op reis, alhoewel niet in grote mate. Dat was al genoeg gedoe, zeker als de reis in een hobbelige koets werd afgelegd. De gegoede jongemannen gingen voor hun vorming op rondreis door Europa. Tijdens deze Grand Tour bezochten ze met name het Middellandse Zeegebied om kennis op te doen van de klassieken. En brachten uiteraard een souvenir mee. Dat was bij thuiskomst het bewijs dat ze ergens geweest waren en tevens een ideaal gesprekonderwerp.

De eerste 'moderne' vorm van toerisme (de bestaansgrond voor souvenirs) ontstond halverwege de 19e eeuw en hing samen met gezondheid. Omdat de frisse lucht en het zeewater allerlei kwalen zouden genezen trok de elite massaal richting kust. Nieuwe uitvindingen zoals de trein en de auto zorgden ervoor dat deze trekpleisters makkelijk bereikbaar werden. Snel en comfortabel vervoer gaf een enorme boost aan het toerisme. Rond 1900 ging ook de gewone man met vakantie, soms één dag, soms anderhalve dag. In Engeland ging men er vanaf 1870 langzaam toe over de arbeiders naast de vrije zondag ook op zaterdagmiddag vrij te geven. In Nederland was dat pas in 1919. Ook in Duitsland kwam dat ongeveer rond deze periode, daar bestond ook het verschijnsel van sociale groepsreizen waarbij arbeiders en hun gezin vanuit de vervuilde steden op vakantie aan de Oostzee weer even gewoon adem konden halen. Overigens: De invoering van de hele vrije zaterdag was in Nederland pas in 1961.

Met de ontwikkeling van het spoorwegsysteem in de 19de eeuw en de introductie van vrije feestdagen rond 1900, begon het toerisme op te bloeien. Iedereen wilde een aandenken aan hun (dag-)trip terugbrengen. Al in 1880 ontwikkelde William Henry Goss in Engeland een nieuw soort porselein voor deze groeiende toeristische markt: ivoorkleurige keramische miniaturen, met de hand beschilderd stadswapens: het crested china. Leuk, voor de elite betaalbaar, en klein genoeg om te worden meegenomen.
Datering
Vanaf wanneer kunnen we nu het souvenir dateren zoals wij dat kennen? Na veel gezoek kom ik tot de conclusie dat dit, los van het eerde genoemde Goss crested china, vanaf ± 1910-1920 moet zijn (met een 'slag om de arm") .
Veel souvenirs zijn gemaakt in Duitsland. Ook die waar Nederlandse plaatjes op staan…. De Engelse markt werd bediend door de veelheid van aardewerk- en porseleinfabrieken die er toen nog bestonden. De souvenir-industrie maakte in de periode 1920-1950 veel gebruik van stickers, plaatjes onder het glazuur. Voor de datering ben ik gaan zoeken naar afbeeldingen op ansichtkaarten die corresponderen met de stickers op spaarvarkens. Soms blijken ze één op één overgenomen. De  publicatiedatum van de kaarten zegt dan wat over de datering van het spaarvarken.

Alles wordt verzameld. Gelukkig maar. Zo heb ik gebruik gemaakt van digitale collecties oude ansichtkaarten waarvan er vele te koop worden aangeboden, o.a. bij postcardsfrom.nl. Kaarten die, zo ontdekte ik, soms meer waard zijn dan het spaarvarken met dezelfde afbeelding. Ansichtkaarten zijn overigens niet zo maar plaatjes. Ze vertellen het verhaal van plaatsen en streken in vroeger tijden of laten beelden zien van situaties die niet meer bestaan. Beeldend en boeiend.
Crested china
In de jaren 1880 ontwikkelde William Henry Goss in Engeland een nieuw soort porselein voor de groeiende toeristische markt: ivoorkleurige keramische miniaturen, met de hand beschilderd met wapenschilden van Britse steden: het crested china. Leuk, voor de elite betaalbaar (later ook voor de massa) en klein genoeg om te worden meegenomen. Je kon alleen specifieke wapenschilden kopen in de stad van herkomst. Dat Goss wapenschilden op zijn porselein ‘plakte’ is niet zo gek als je bedenkt dat de Engelse elite hun familiewapens koesterde en zich dus extra aangetrokken voelde tot deze vorm van souvenir. Het verzamelen van Crested China werd in het begin van de 20e eeuw een hobby, populair bij iedereen van de “gewone werkman”, genietend van hun eerste betaalde vakantiedag, tot royalty. Rond de jaren 1920 werd de rage minder tot het geheel stopte met de beurscrash in 1929 en de daarop volgende depressiejaren. Ouderwetse en onverkoopbaar werden de crested china collecties op zolder geschoven of gewoon gedumpt. Pas rond 1960 toen “Victoriana” weer ‘in’ was, is men dit crested china gaan herwaarderen. Of het nu nog 'in' is betwijfel ik, gezien de banenendozen met Goss die op internetveilingen worden aangeboden. Ik heb in mijn collectie zelf geen Goss crested china, maar wel enkele voorbeelden die er sterk aan doen denken. En heb het idee dat het crested china uit Engeland een voorbeeld is geweest voor veel souvenirs op het Europese vaste land. Goss maakte zelf geen spaarvarkens, andere Engelse aardewerk- en porseleinfabrieken wel (spaar-)varkens en spaarpotten. Ook deze souvenirs met wapenschilden worden crested china genoemd.
Terug naar de inhoud