Geschiedenis - Ouderwetse spaarvarkens

Ga naar de inhoud

Geschiedenis

Informatie
History banner
Het varken brengt geluk, het spaarvarken ook
Voor hoe het ordinaire "huis-tuin-en-keuken-varken" een gelukszwijntje kon worden zijn verschillende invalshoeken:
  • Zwijnen (overdrachtelijk) betekent onverdiend of onverwacht geluk hebben. De oorsprong hiervan hangt samen, denkt men, met het middeleeuwse gebruik om bij wedstrijden (op jaarmarkten) de verliezer met enige hilariteit een varken te geven. Voor de verliezer een onverwacht geschenk met het varken als gelukbrenger.
  • Leerjongens die in de middeleeuwen van baas naar baas trokken (de zogenaamde Wandergeselle) werkten in de oogstperioden of perioden dat ze even geen baas hadden vaak in de landbouw. Aan het eind van zo’n periode gaf de boer hen als beloning (loon!) een biggetje mee met de beste wensen (“veel geluk”) voor de toekomst.
  • Het varken wordt gelinkt aan de beschermheilige van de varkens Sint Anthonius (van Egypte, naamdag 17 januari). Zijn bijnaam ‘Antonius met het varken’ ontstond in de middeleeuwen. De Antonieten, leden van de naar hem vernoemde verpleegorde, mochten hun varkens vrij op erven en in de stad laten rondlopen als vergoeding voor de verpleging die zij verstrekten. Op 17 januari werd het vlees van deze varkens verdeeld onder de armen.
  • In de tijd van de farao’s (Egypte) gaf men elkaar met Nieuwjaar een amulet in de vorm van een vrouwelijk varken, als symbool van vruchtbaarheid, welvaart en geluk.

Het varken brengt geluk, het spaarvarken (dus) ook. Door het kapitaaltje dat  je er in kan sparen en door de vorm. Het is een geschenk om je goede wensen voor het nieuwe jaar te begeleiden (Duitsland). En figureert ook als verpakking van het startkapitaal voor een baby en als gelukbrenger voor de kleine. Spaarbanken speelden daar op in door spaarvarkens te verstrekken aan (ouders van) pasgeborenen.

Het oudst bekende spaarvarken in Europa
Waarschijnlijk ontstonden spaarpotten zoals wij die kennen in de middeleeuwen. In die tijd werd hoofdzakelijk in kerken gespaard. Niet alleen de kerk maar ook de gilden hadden (in hun eigen kapellen) offerblokken waarin geregeld geld werd gestopt. In latere eeuwen bewaarde men ook thuis geld. In een oude sok (geen grapje, maar door vondsten aangetoond), in aarden potten of kruiken. Veel scherven vond men later in oude ‘beerputten’, waar alles in werd gegooid dat als afval werd beschouwd. Bekend is tevens dat men spaarpotten in tijden van gevaar in de grond begroef.
Het 'oermodel' van de spaarpot heeft de vorm van de moederborst. Dit symbool van overvloed en vruchtbaarheid is sinds de Griekse oudheid in verschillende uitvoeringen de basis voor een bolrond soort spaarpot, die later in heel Europa is teruggevonden. Waarschijnlijk hebben pottenbakkers deze gemakkelijk uitvoerbare vorm sinds de middeleeuwen uitgevoerd.

Het oudste Duitse spaarvarken zou uit de 13e eeuw stammen (wordt door experts betwist!) en is gevonden in Billeben (Thüringen). Aan het einde van de 17e eeuw zie je het spaarvarken in ons land opkomen als een stuk volksaardewerk. Of het toen al een algemeen gebruiksvoorwerp was is maar de vraag. En of het ook zo heette? Het spaarvarken is pas vanaf halverwege de 19e eeuw industrieel (met mallen) gemaakt. "Zo lang evenwel geen recente vondsten een andere uitspraak mogelijk maken, moeten we ons bij zijn (het spaarvarken) betrekkelijke jeugd neerleggen (aan het einde van de 17e eeuw) ”, stelt Renaud (zie bij Naslagwerken).

Experts puzzelen overigens al jaren met de datering van het vroegste spaarvarken. Maar ook over de vraag of het spaarvarken wel 'algemeen goed' was, of het toen ook al
spaarvarken genoemd werd en vanaf wanneer het een echt gebruiksvoorwerp was. Pas in de 18e eeuw komen we het spaarvarken ‘overal’ (in de overlevering) tegen. In geschriften of zo je wilt literatuur was dat nog later. Sprookjes schrijver Hans Cristian Andersen liet vanaf 1858 verschillende (spaar-)varkens optreden in zijn (in het Nederlandse vertaalde) vertellingen. "Vanaf 1885 spreekt men van ‘stenen spaarvarken’ en ook al van kortweg ‘spaarvarken’. Die waren inmiddels geheel ingeburgerd, want een krantenbericht uit 1895 spreekt van een “ouderwetsche steenen spaarvarken met een gleuf”. En vanaf 1899 wordt spaarvarken de normale benaming". Deze feitjes heb ik uit het artikel  ‘Spaarvarken’ in Woordsprong , "Onze Taal" april 2017 (Beelen en Van der Sijs). Sommige spaarvarkens kregen ook een naam: A. D. Hildebrand  schiep de naam Centebuik (1932) en Joop Löbler (net als Hildebrand kinderboekenschrijver) noemde het Stuiverbuik (1935). Het spaarvarken van het Nationaal Spaarfonds heette Groen Pepijntje (1935).


Herkomst
Spaarvarkens komen voor waar er porselein of aardewerk wordt gemaakt.
In Nederland o.a. in Gouda, Workum, Makkum, Noord Limburg, etc. In Frankrijk: Quimper, Limoges, Luneville, etc. In Engeland rond alle plaatsen waar porselein werd gemaakt als in Staffordshire. Maar daar kan je het beste de ‘car boots', fairs, antiekmarkten en antiekwinkeltjes afstruinen. In Duitsland in de Elzasz en de voormalige DDR. In Tsjechië in de jaren 1970 nog in overvloed, nu spaarzaam. Ook in Thailand, Vietnam, China. Zuid Amerika, Mexico en heel veel in Amerika (USA). Van de USA heb ik er geen! Als je niet zo selectief bent als ik en het maakt je niet uit of er een dopje onder zit kan je in bijna alle souvenirwinkels je slag slaan. Goede jacht!  Overigens: Het varken moet wel in ‘aanzien staan’. Je vindt geen spaarvarkens in de landen van de Islam, het varken wordt daar als onrein beschouwd (overigens ook in grote delen van Israël).
Terug naar de inhoud