Bekende plaatsen
Collectie 1 > Nederland
Friesland/ Fryslân
- Makkum heeft een lange historie van aardewerkbedrijven. Een bekende naam was de "Aardewerk- en tegelfabriek Hendrik van der Wal en Zonen" die in 1975 stopte en waarvan Tichelaar de inventaris en panden overnam. Ook bekend is "Altena en Krooyenga". Koninklijke Tichelaar (1572) bestaat nog steeds. Hiervan heb ik vier spaarvarkens, de duurste in mijn verzameling. Tichelaar heeft in september 2013 de historische locatie in het centrum van Makkum verlaten en richt zich sindsdien op maatwerk en bouwkeramische producten in een modern bedrijfspand net buiten het dorp. De fysieke winkel bestaat niet meer, alleen nog de webshop.
- In Workum werd meer dan 300 jaar het oud Friese' ringeloor'- en het kerfsnee aardewerk gemaakt. De ‘visvormige’ Workumse spaarvarkens zijn bruin of groen, hebben 3 pootjes; kerfsnee spaarvarkens zijn er in vele tinten blauw, groen en hebben 4 pootjes. Van de vele pottenbakkerijen die er ooit waren zijn er anno 2020 nog 2 over: Kunst en Koch.
- Harlingen kent een rijke geschiedenis van honderden jaren met indertijd toonaangevende aardewerkfabrieken. De historie daarvan is alleen nog in het Hannemahuis, het museum voor Harlinger cultuur en historie, te vinden. Tussen 1947 en 1950 was er de Kunstaardewerkfabriek De Lelie, die ook kerfwerk maakte. Sinds 1972 bestaat de Harlinger aardewerk & tegelfabriek. Ik heb van 'Harlingen' enkele voorbeelden.
- Verder zijn er in Friesland veel kleine pottenbakkerijen geweest, zoals in Lemmer, Sneek, Leeuwarden, etc.
Makkum
De 4 waardevolle spaarvarkens van Koninklijke Tichelaar in mijn collectie.
“WAT ZIJN JULLIE IN VREDESNAAM AAN HET DOEN?”
Porseleinen spaarpot in de vorm van drie spaarvarkentjes, ontwerp Jurgen Bey ca.2000, uitvoering Koninklijke Tichelaar / Makkum. Gestempeld: Makkum merk & JR Bey. Hoogte 16 cm, Breedte 18,5 cm, Diepte 6 cm. Rechts een individueel wit spaarvarken van Tichelaar/ Makkum. Beide in mijn collectie.
Het spaarvarken is in een beperkte oplage geproduceerd door de Koninklijke Tichelaar Makkum als afscheidscadeau voor commissieleden die het fonds BKVB verlaten. Het fonds heeft jaar na jaar het tegenovergestelde gedaan van sparen: geld doneren aan veelbelovende kunstenaars, ontwerpers en architecten. Het spaarvarken staat symbool voor het wachten op de werken (het kunstwerk, bouwwerk) van de kunstenaar in ruil voor de genereuze giften (“in het spaarvarken”) van het fonds BKVB. Het Fonds BKVB (Stichting Fonds Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst 1987 – 2011) verstrekte tot 2011 subsidies aan individuele beeldend kunstenaars, vormgevers, architecten en bemiddelaars. Per 1 januari 2012 is het Fonds BKVB gefuseerd met de Mondriaan Stichting tot het Mondriaan Fonds.
Het spaarvarken is in een beperkte oplage geproduceerd door de Koninklijke Tichelaar Makkum als afscheidscadeau voor commissieleden die het fonds BKVB verlaten. Het fonds heeft jaar na jaar het tegenovergestelde gedaan van sparen: geld doneren aan veelbelovende kunstenaars, ontwerpers en architecten. Het spaarvarken staat symbool voor het wachten op de werken (het kunstwerk, bouwwerk) van de kunstenaar in ruil voor de genereuze giften (“in het spaarvarken”) van het fonds BKVB. Het Fonds BKVB (Stichting Fonds Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst 1987 – 2011) verstrekte tot 2011 subsidies aan individuele beeldend kunstenaars, vormgevers, architecten en bemiddelaars. Per 1 januari 2012 is het Fonds BKVB gefuseerd met de Mondriaan Stichting tot het Mondriaan Fonds.
WORKUM en omstreken
Zoals op meer plaatsen langs de voormalige Zuiderzee is/was in Workum kenmerkend gebruiksaardewerk te vinden. Het oorspronkelijke Workumer aardewerk is eenvoudig bruin met decoraties in ringeloor techniek. Dat is aardewerkdecoratie met witte engobe of vloeibare kleislib. De kenmerkende ringeloor versiering van wit bakkende gietklei werd vervolgens aangebracht met een koeienhoorn (een “ringeloor”) , waarvan de punt werd verwijderd. De koeienhoorn werd gevuld met vloeibare klei, die vervolgens met een vloeiende beweging werd aangebracht op het voorwerp. Hierna wordt het geheel met een transparant loodglazuur bedekt. De decoratie is eenvoudig en bestaat hoofdzakelijk uit lijnen en stippen. Vaak veelkleurig. De techniek van het met engobes beschilderde aardewerk heet in het Fries “ringeloor aardewerk”, in het Nederlands "slib-versierd aardewerk" of "slibgoed aardewerk", in het Frans "terre-vernisee" en de Engelse naam is “slipware-ceramics”.De spaarvarkens hebben drie pootjes en een typische knoopstaart. Er zijn natuurlijk (typisch Nederlands?) uitzonderingen op de ‘regel’. Overigens is "Workums bruin aardewerk"in de loop der jaren een meer algemene benaming geworden. Het hoeft dus niet de facto in Workum zelf gemaakt te zijn.
Mijn grootste 24 cm lange geringeloorde spaarvarken en een kleinere van 18,5 cm. Bij de grote kan je duidelijk zien dat de ribbe NIET over de neus doorloopt.
De visvorm? Oorspronkelijk werden ze gevouwen van een ronde plak klei. De diameter bepaalde de lengte van het spaarvarken. Vouw de uiteinden naar elkaar toe, knijp de rand stevig aan (zo ontstaat de ribbe) en je hebt al bijna een spaarvarken. De kop nog vormen, oortjes en 3 poten eronder, geldgleuf er in snijden. Het moeilijkste is nog de knoopstaart maken. Dat kan bij kleine hoeveelheden. Bij massaproductie, als die er al geweest is, gebruikte men een mal.
Zoek de verschillen
Op het eerste gezicht lijken ze alemaal gelijk. De versiering met slip is traditioneel, hier zie je stippen en een kruis. De grootte verschilt, hier 1,5 cm. Maar dat impiceert ook gelijk meer volume. En de neuzen verschillen. Die van Workum is recht, die van Harlingen/ Lemmer is meer een wipneus.
Dat de versiering traditioneel is staat vast. Maar de oorspronkelijke betekenis van de strepen, stippen, golven, S-en, cirkels, kruizen is verloren gegaan. Vergelijking met Germaanse symbolen of Runentekens levert geen overeenkomsten op.
Dat de versiering traditioneel is staat vast. Maar de oorspronkelijke betekenis van de strepen, stippen, golven, S-en, cirkels, kruizen is verloren gegaan. Vergelijking met Germaanse symbolen of Runentekens levert geen overeenkomsten op.
Kerfsnee
De kerfsnee spaarvarkens worden gegoten in mallen. Na een korte droogperiode worden in de nog zachte klei de motieven uitgesneden. Na een droogperiode van één week worden de spaarvarkens gebakken van klei tot steen. Hierna worden de drie hoofdkleuren aangebracht, waarna een onderdompeling in een teil glazuur volgt. Dan worden ze voor de tweede keer gebakken en krijg je de unieke uitstraling. De kerfsnee spaarvarkens hebben 4 pootjes. Veel zijn er gemaakt bij Aardewerkfabriek De Boer (1870-2006) in Workum. Voor zover mij bekend is de enige die ze nu nog maakt pottenbakkerij KUNST te Workum. De kerfsnede techniek is een van de oudste decoratie technieken en in zeer veel culturen bekend. Onze verre voorouders kerfden niet alleen hout, maar ook steen, aardewerk, been en mammoetivoor. Het kerven van Runentekens wordt al beschreven in de IJslandse EDDA. Op runenstenen uit Noord-Europa staan behalve runentekens ook rozetten afgebeeld die heden ten dage nog worden gebruikt voor het maken van Fries kerf- of snijwerk. Verder is de herkomst van de op het Friese kerfwerk gebruikte motieven in de door mij geraadpleegde bronnen niet te herleiden.
ANTIEK, 1904-1905. Kerfwerk van Aardewerkfabriek De Boer - Workum. Lengte 21 cm. Gestoken door Jacob Meines Visser (1864-1954). Tekst (voor zover je het niet kunt lezen) "MaakMyVet" en "De Zusjes, 20 december 1904";
Een kerfsnee spaarvarken in deze kleuren kom je zelden tegen. Ik kocht hem van een kerfsnee verzamelaar met specialiteit “Lemmer”. Hij stelde vast dat deze in ieder geval niet uit Lemmer komt: “veel te grof”. Waar dan wel vandaan? De kleurstelling heb ik alleen nog maar gezien bij het Velzer aardewerk (1920-2002, laatste naam Keramiekfabriek Velzen in Sassenheim). Maar of deze daar vandaan komt? Lengte 15 cm.
Meer Friese spaarvarkens
Groen Fries aardewerk (met het giftige – en al heel lang voor ‘huishoudgoed’ verboden - dekkende loodglazuur) is eveneens bekend, maar niet typisch Workums. En natuurlijk kerfsnee aardewerk, wat naast in Workum ook in Lemmer en verder in Sneek werd gemaakt.
Gouda
In tegenstelling tot Delft (waar plateel zijn piek kende in de 17e eeuw) floreerde de plateel- en sieraardewerkindustrie in Gouda juist tussen 1898 en 1940. Veel van deze fabrieken kwamen voort uit de eeuwenoude Goudse pijpenmakerijen. Bekende fabrieken waren Goedewaagen, Plateelbakkerij Zuid-Holland, Hollandia, De Star, Regina, Ivora, en Zentith en niet te vergeten de NKI (Nederlandse Keramische Industrie/ 1956-2000). Er bestaan anno 2026 nog 2 belangrijke actieve "Goudse" erfgenamen:
- Royal Goedewaagen (Nieuw-Buinen): Oorspronkelijk opgericht in 1779 in Gouda als pijpenfabriek. Het groeide uit tot een van de belangrijkste producenten van Gouds plateel en Delfts blauw. In 1984 verhuisde de fabriek definitief naar Drenthe. Het is een van de weinige oer-Hollandse fabrieken die nog steeds actief hoogwaardig sieraardewerk maakt.
- Schoonhoven Keramiek/ Dutch ceramics (voorheen Plateelbakkerij Schoonhoven): Opgericht in 1920 in Schoonhoven. Zij maakten vroeger veel typisch Gouds plateel en opereren tegenwoordig onder de vlag van Dutch ceramics. Zij produceren nog steeds keramiek en Delfts blauw voor de zakelijke en toeristische markt.
- Daarnaast zijn er rond Gouda nog kleine ateliers te vinden.
Goedewaagen heeft veel Goudse fabrieken overgenomen, waardoor veel mallen gespaard bleven. Het Goudse spaarvarken is groen (loodglazuur, dat sinds eind jaren 80 niet meer toegepast mag worden), heeft vaak schuine dwarsstrepen op de flanken, een knoopstaartje en 4 pootjes (antieke exemplaren hebben ook wel 3 pootjes en zijn vaak niet groen maar geel). De traditionele Goudse varkens zijn veelal voorzien van nummers die de grootte aanduiden, alleen had iedere pottenbakker/ fabriek zijn eigen maatsysteem. Ik heb een voorbeeld van de STAR van vóór 1940 opgenomen.
Antiek Gouds spaarvarken van ± 1850. Waarschijnlijk een bodemvondst, in 1989 gevonden op de rommelmarkt in Krimpen aan de Lek. Lengte 13,5 cm. In afwijking van de "regel" niet groen met 4 pootjes, maar geel met 3 pootjes. En onvermijdelijk gehavend. Collectienummer 135.
Delft
Delfts blauw is een type faience (aardewerk) met blauwe decoratie. Het ontstond aan het einde van de 16e eeuw als goedkoop alternatief voor het blauw-witte Chinese porselein en beleefde een bloeiperiode in de periode 1650-1750, toen er in Delft 32 aardewerkfabrieken actief waren. Deze bloeiende industrie werd omstreeks 1800 weggevaagd door goedkoper aardewerk uit Engeland (Staffordshire).
Er is in de stad Delft zelf nog maar één originele fabriek uit de 17e eeuw over, aangevuld met één kleiner atelier en moderne merken:
- Royal Delft (De Porceleyne Fles): De absolute marktleider en de enige overgebleven fabriek uit 1653 die nog steeds onafgebroken produceert. Te bezoeken via het Royal Delft Museum.
- Ambachtseconomie De Candelaer: Een kleinschalige actieve aardewerkfabriek/atelier in de binnenstad van Delft die sinds 1975 ook nog volledig met de hand geschilderd Delfts blauw maakt.
- Heinen Delfts Blauw: Een bekend modern merk. Zij ontwerpen zowel traditioneel handwerk als moderne collecties (deels machinaal in China geproduceerd). Zij namen in 2018 De Delftse Pauw over, maar moesten die specifieke locatie in 2020 wegens faillissement sluiten
Naast Delfts Blauw aardewerk is er het meerkleurige Boerendelfts en Delfts wit.
Twee spaarvarkens van De Delftse Pauw (1954-2020). Lengte 11,5 cm. Periode 1954-1970.
Links origineel Delfts blauw en rechts Delfts polychrome. Beide mal 101 en met de hand beschilderd op de contouren van het zelfde sjabloon. Dit is een tekening met kleine gaatjes langs alle lijnen van de tekening. Het geperforeerde papier wordt strak op het ongebakken, poreuze aardewerk (het biscuit) gelegd. De schilder slaat er vervolgens zachtjes tegenaan met een zakje gevuld met fijn houtskoolpoeder. Wanneer het sjabloon wordt weggehaald, blijft er op het aardewerk een patroon van kleine, zwarte stippeltjes achter. Deze dienen als hulplijnen. De schilder trekt deze lijnen met de hand over en vult ze in met de speciale zwarte kobaltverf. Dit is het echte handbeschilderde aardewerk. Bij de massaproductie "voor de toeristen" maakt men tegenwoordig gebruik van zeefdrukken (transfers), waarop de decoratie in één keer op het aardwerk wordt gedrukt.
Links origineel Delfts blauw en rechts Delfts polychrome. Beide mal 101 en met de hand beschilderd op de contouren van het zelfde sjabloon. Dit is een tekening met kleine gaatjes langs alle lijnen van de tekening. Het geperforeerde papier wordt strak op het ongebakken, poreuze aardewerk (het biscuit) gelegd. De schilder slaat er vervolgens zachtjes tegenaan met een zakje gevuld met fijn houtskoolpoeder. Wanneer het sjabloon wordt weggehaald, blijft er op het aardewerk een patroon van kleine, zwarte stippeltjes achter. Deze dienen als hulplijnen. De schilder trekt deze lijnen met de hand over en vult ze in met de speciale zwarte kobaltverf. Dit is het echte handbeschilderde aardewerk. Bij de massaproductie "voor de toeristen" maakt men tegenwoordig gebruik van zeefdrukken (transfers), waarop de decoratie in één keer op het aardwerk wordt gedrukt.